Out of Area B.V.
Een interventie van Out of Area B.V.

Directieve Gefaseerde Interventie. Van onveilig team naar een gedragen nieuwe norm.

Voor directies, HR en leidinggevenden die een vastgelopen team zorgvuldig én doortastend willen helpen. Een kort, duidelijk opgebouwd traject in vijf fasen, ontwikkeld door organisatiepsycholoog William Bos MA.

Uitgangspunt

Wij sturen op gedrag en systeem. Niet op personen.

Mensen die in een onveilig team moeite hebben met verandering, zijn vaak zelf gevormd door jaren van zwak leiderschap en angst. Ze zijn niet ‘het probleem dat moet verdwijnen’. De DGI is daarom uitdrukkelijk geen selectie-instrument. Vertrek van mensen is geen doel en geen maatstaf voor succes.

Het vraagstuk

Wat er gebeurt in een onveilig team

Soms is een team zo vastgelopen dat praten alleen niet meer helpt. Mensen zwijgen, kiezen kampen of melden zich ziek. Goedbedoelde teamdagen hebben weinig veranderd en het vertrouwen in nieuwe trajecten is op. In de praktijk zien we steeds vier patronen terugkomen.

1 · Zwijgen en praten over elkaar

Angst op het werk leidt tot zwijgen, vaak bijna automatisch. Als dat in een groep gedeeld raakt, ontstaat een klimaat van stilte. Het gesprek verhuist naar de wandelgang.

2 · Kampen en wij-zij

Waar verschillen samenvallen, zoals vakgebied, afdeling of ‘oude’ en ‘nieuwe’ collega’s, ontstaan breuklijnen waarlangs subgroepen zich afsluiten. Na een fusie of reorganisatie zijn die vaak scherp.

3 · Pesten, uitsluiting en willekeur

Dit hangt samen met psychische en lichamelijke klachten, burn-out en vertrekintentie. Werkdruk, gebrek aan hulpbronnen en zwak leiderschap zijn belangrijke voedingsbodems.

4 · Gebroken beloftes

Medewerkers hebben onuitgesproken verwachtingen over wat de organisatie hen verschuldigd is. Als dat psychologisch contract wordt geschonden, dalen vertrouwen en betrokkenheid.

Signalen voor een directie

  • Overleg is stil of voorspelbaar; kritiek komt alleen nog via de wandelgang of via HR.
  • Collega’s mijden elkaar of bepaalde overleggen.
  • Verzuim, gezondheidsklachten en vertrekwensen nemen toe.
  • Er zijn meldingen over pesten, uitsluiting of ongelijke behandeling, formeel of informeel.
  • Er wordt vooral over ‘de ander’ gesproken: leiding, andere afdeling, nieuwe collega’s.
  • Nieuwe initiatieven worden bij voorbaat met cynisme ontvangen.

Waarom gangbare aanpakken vastlopen

Wat vaak wordt geprobeerdWaarom het weinig oplevert
Een generieke teamdagLeuk en verbindend, maar het patroon wordt niet benoemd. Na een week is alles terug bij af.
Uitstellen of vermijdenHet conflict escaleert verder. Mensen vallen uit of vertrekken, vaak juist wie het verschil kon maken.
Alleen de leiding coachenDe leider leert veel, maar het team krijgt geen nieuwe kaders, rollen of spelregels.
Individuen aanpakkenHet systeem dat het gedrag voortbrengt blijft intact. Er ontstaat een nieuw wij-zij.
De DGI in het kort

Duidelijk in het proces. Zorgvuldig met mensen.

‘Directief’ betekent in de DGI: helderheid over route, grenzen en tempo. Het betekent niet dat de begeleider de schuldvraag beantwoordt of bepaalt wie erbij hoort. Zes principes houden de methode op koers.

  1. Gedrag en systeem

    We kijken naar patronen en de omstandigheden die ze in stand houden, niet naar ‘rotte appels’.

  2. Leiding in de spiegel

    Leidinggevenden worden ook geïnterviewd en doen zelf wederkerige toezeggingen.

  3. Veiligheid apart

    Meldingen over pesten of integriteit volgen een eigen spoor, los van de teamsessie.

  4. Onverbloemd, zonder namen

    Het team krijgt een eerlijk beeld terug, maar nooit herleidbaar tot personen.

  5. Een vrije, anonieme keuze

    Ieder geeft aan waar hij of zij staat. Een keuze is een tijdelijke zelfinschatting, geen label.

  6. Gedrag gekoppeld aan structuur

    Afspraken worden verbonden aan rollen, mandaten en besluitroutes, en worden gemeten.

De vijf fasen

Van aankondiging tot opvolging

  1. 01Aankondiging

    De leiding kondigt aan; deelname is vanzelfsprekend. Persoonlijke introductie van de begeleider.

  2. 02Veiligheid en diagnose

    Vertrouwelijke, gedragsgerichte interviews. Rode vlaggen naar een apart spoor.

  3. 03Spiegel en keuze

    Plenaire spiegel, de prijs van doorgaan, ambitie en concept-basisafspraken.

  4. 04Nieuwe werkelijkheid

    Een gedragscode van het team zelf en een anonieme keuze.

  5. 05Herstel en opvolging

    Ondersteuning per groep, persoonlijke gesprekken, teamontwikkeling en meten.

01 Aankondiging: mandaat en duidelijkheid vanaf dag één

De leiding kondigt het traject zelf aan, schriftelijk en in duidelijke taal: waarom het nodig is, wat er gaat gebeuren en dat deelname voor iedereen vanzelfsprekend is. Daarna stelt de begeleider zich met een persoonlijk bericht voor aan het team. Zo weet iedereen wie er komt en waarom, en is helder dat dit geen vrijblijvende teamdag is.

Waarom zo. Een team op een hoge escalatietrede heeft een duidelijk kader van bovenaf nodig (Glasl, 1982). Tegelijk werkt verandering het best als de groep zelf het besluit neemt (Lewin, 1947). De aankondiging zet het kader; de inhoud blijft bij het team.

02 Veiligheid en diagnose: vertrouwelijke interviews en een onverbloemde patroonanalyse

Iedereen krijgt een vertrouwelijk interview van 45 tot 60 minuten, ook de leidinggevenden. We vragen niet naar meningen in het algemeen, maar naar concrete situaties: wat gebeurde er, wat deed je, wat was het gevolg? Met de STAR-structuur (situatie, taak, actie, resultaat) halen we feitelijk gedrag boven. Waar nodig werken we met een tolk of een schriftelijke variant.

Rode vlaggen apart. Signalen van pesten, intimidatie, discriminatie of integriteitsschending gaan met toestemming naar het juiste kanaal: HR, vertrouwenspersoon of onafhankelijk onderzoek. Ze worden niet in de teamsessie besproken.

Patroonanalyse zonder namen. We bundelen de interviews tot een diagnose van het systeem: welke cirkels houden het probleem in stand? Er staan geen namen of herleidbare citaten in.

Waarom zo. De kritieke-incidententechniek verzamelt systematisch concrete gebeurtenissen (Flanagan, 1954). Gedragsgerichte interviews onderscheiden beter dan algemene vragen naar houding of mening (McClelland, 1998).

03 Spiegel en keuzemoment: het patroon terugleggen bij het hele team, de leiding inbegrepen

In een plenaire sessie leggen we de diagnose terug. Eerst spreken we spelregels af: we praten over gedrag, niet over personen; wat gezegd wordt blijft in de ruimte. Daarna volgt de spiegel, onverbloemd maar zonder namen. Iedereen schrijft eerst voor zichzelf op wat hij of zij herkent, zodat ook de stille stem aan bod komt. Dan bespreken we de prijs van doorgaan, formuleren we samen één zin over waar het team naartoe wil, en maken we zes tot acht concept-basisafspraken.

Ervaren oneerlijkheid → wantrouwen → terugtrekken → minder open gesprek → problemen escaleren → ‘zie je wel’ ↺

Waarom zo. Mensen veranderen pas als de ‘overlevingsangst’ groter is dan de ‘leerangst’ (Schein, in Coutu, 2002). De prijs van doorgaan maakt het eerste voelbaar; spelregels en anonieme werkvormen verkleinen het tweede. Het psychologisch contract maakt wederzijdse verwachtingen expliciet (Rousseau, 1989).

04 Nieuwe werkelijkheid: een gedragscode van het team zelf en een anonieme keuze

Het team werkt de concept-afspraken uit tot een eigen gedragscode (Team Code of Conduct). Elke afspraak wordt zo concreet dat iedereen kan zien of hij wordt nageleefd: wie doet wat, wanneer, en wat doen we als het misgaat? Daarna geeft ieder anoniem aan waar hij of zij staat.

Waarom zo. Concrete als-dan-afspraken vergroten de kans dat voornemens in gedrag worden omgezet (Gollwitzer, 1999). Een zichtbare, gedragen meerderheid kan een gevestigde groepsnorm laten kantelen (Centola e.a., 2018). Een anonieme keuze voorkomt dat mensen zich aanpassen aan wat de groep lijkt te willen.

05 Herstel en opvolging: ondersteuning per groep, teamontwikkeling en meten

Na de keuze begint het eigenlijke werk. Iedere groep krijgt passende ondersteuning, en er volgt een teamontwikkelprogramma, bijvoorbeeld rond vertrouwen en constructief conflict, veranderbereidheid en ‘eerst gezond, dan slim’. Op vooraf vastgelegde momenten toetsen we hoe het gaat, bij voorkeur anoniem en met dezelfde vragen als bij de start.

Aandacht voor wie niet meegaat. Wie twijfelt of niet meegaat, krijgt een persoonlijk gesprek, geen etiket. Nieuwe collega’s en mensen die zich eerder terugtrokken, worden actief uitgenodigd. Besluiten worden uitgelegd en gelden voor iedereen. En er is een vooraf afgesproken route om deelnemers te beschermen als collega’s buiten de sessie heftig reageren.

Waarom zo. Uitsluiting tast basisbehoeften aan zoals erbij horen en zelfwaardering (Williams, 2007). Motiverende gespreksvoering laat kleine maar betrouwbare effecten op gedragsverandering zien (Lundahl e.a., 2010). Eerlijke procedures bepalen mede of mensen besluiten accepteren (Colquitt, 2001).

Fase 4 uitgelicht

Een vrije, anonieme keuze

De keuze is een tijdelijke zelfinschatting, geen oordeel over een persoon. We organiseren hem zorgvuldig: anoniem en op papier, geteld door twee personen. Waar mogelijk ligt er een nacht tussen spiegel en keuze, zodat niemand onder druk van het moment kiest. De beslisregel ligt vooraf vast, en de uitkomst is van het team.

In de eerste versie van de methode was de D-groep nog gekoppeld aan een mogelijk vertrektraject. Dat hebben we bewust losgelaten: het zette de keuze onder druk en paste niet bij het uitgangspunt dat we op gedrag sturen, niet op personen.

KeuzeBetekenisWat volgt
AIk draag actief bij aan de nieuwe afspraken.Intervisie en coaching om voorbeeldgedrag vast te houden.
BIk wil, maar heb hulp of tijd nodig.Gerichte ondersteuning, oefensituaties en feedback.
CIk twijfel nog.Een open, motiverend gesprek: wat is er nodig om te kunnen kiezen?
DIk kan of wil hier nu niet in meegaan.Een persoonlijk, vertrouwelijk gesprek. Geen label en geen exit-route.
Kantelpunten en drempelwaarden

Hoeveel draagvlak is genoeg?

Om te voorkomen dat de beslissing over het vervolg als willekeur voelt, leggen we vooraf een beslisregel vast. Die is gebaseerd op onderzoek naar normverandering, maar de precieze grenzen zijn ontwerpkeuzes, geen gevalideerde normen.

Doorgaan

Ruim voldoende draagvlak, bijvoorbeeld A+B rond 75% of meer en een klein D-aandeel. Psychologisch contract sluiten en starten met teamontwikkeling. Wie D koos, krijgt een gesprek aangeboden.

Voorwaardelijk

Er is een basis, nog geen vanzelfsprekendheid. Eerst persoonlijke gesprekken; de leiding bevestigt de randvoorwaarden; na enkele weken volgt dezelfde anonieme meting.

Niet op deze manier

Te weinig draagvlak. Dan is het eerlijk te erkennen dat deze route nu niet werkt en met de opdrachtgever een andere aanpak te kiezen.

‘C’ telt niet als nee: twijfel is beweeglijk en verdient juist aandacht. In kleine teams is één persoon al vijf tot tien procent; percentages lezen we daarom altijd samen met de absolute aantallen. De onderliggende onderzoeken (onder meer Centola e.a., 2018; Xie e.a., 2011; Kotter, 1995) gaan over normverandering in experimentele groepen, modellen en praktijk, niet over teams in een interventie. Ze geven richting, geen garantie.

Drie praktijktrajecten · 2025–2026

Wat we in de praktijk leerden

In 2025 en 2026 is de DGI in drie organisaties toegepast. In elk traject is de methode aangescherpt. Alle organisaties en personen zijn geanonimiseerd; citaten uit interviews nemen we niet op.

Technologie · internationaal · ca. 10 personen

Een fusieteam in een internationaal technologiebedrijf

Twee specialistische teams waren samengevoegd, maar bestonden maanden later nog naast elkaar. Na interviews, een spiegelsessie en een gedragscode met acht concrete regels zien leiding en begeleider een duidelijk herstel van de samenwerking. Omdat ook de teamsamenstelling veranderde, is niet vast te stellen welk deel uit de interventie komt.

Wat we leerden
Wie buiten de sessie staat, kan zich bedreigd voelen door de nieuwe norm. Sindsdien spreken we vooraf een beschermingsroute af en houden we het veiligheidsspoor strikt gescheiden.
Zorg · Nederland · 13 intakes

Een laborantenteam in een Nederlandse zorginstelling

Vakbekwame laboranten met plezier in het patiëntencontact, maar uitgeput en negatief in de samenwerking. Na intakes, een tweedaagse interventie en teamontwikkeling werd de sfeer lichter en hielpen collega’s elkaar meer. Feedback geven en mét elkaar praten bleven kwetsbaar.

Wat we leerden
Herstel in een team met een lange voorgeschiedenis gaat in kleine stappen. Wie niet meeging, werd opnieuw uitgenodigd in plaats van losgelaten.
Zorg en welzijn · buitenland · 21 personen · pro bono

Een expertteam in een zorg- en welzijnsinstelling

Een multidisciplinair team, sterk betrokken bij cliënten maar onderling verdeeld. Negentien interviews via een tolk leidden tot één herkenbare diagnose: ‘Betrokken bij cliënten. Verdeeld in samenwerking.’ Het traject loopt nog; de uitkomsten zijn nog niet bekend.

Wat we leerden
In een kleine gemeenschap gaat labeling snel. De persoonlijke gesprekken met wie D koos, zijn daarom het belangrijkste deel van het vervolg.

Zeven lessen

  1. Houd het veiligheidsspoor apart. Meldingen horen bij HR, de vertrouwenspersoon of onafhankelijk onderzoek, niet in een teamsessie.
  2. Zet de leiding in de spiegel. Een team gelooft nieuwe afspraken pas als ook de leiding iets toezegt.
  3. Directief betekent helder, niet beschuldigend. Duidelijkheid over proces en grenzen geeft juist rust.
  4. Koppel gedrag aan structuur. Zonder duidelijke rollen, mandaten en besluitroutes vallen mensen terug in oude patronen.
  5. Bescherm ook buiten de sessie. Spreek vooraf af wat er gebeurt als collega’s die niet deelnamen, heftig reageren.
  6. Kijk achter een D. Een D kan voortkomen uit oude schade of een recent incident. Een gesprek leert meer dan een etiket.
  7. Meet, en scheid effecten. Herstel kan ook komen doordat de teamsamenstelling verandert. We leggen daarom beide vast.
Zorgvuldigheid, grenzen en meten

Wat de DGI wel en niet is

De DGI isDe DGI is niet
Een gestructureerde teaminterventie voor ernstig vastgelopen samenwerkingEen onderzoek naar schuld of een disciplinaire procedure
Gericht op gedrag, normen en de omstandigheden die die in stand houdenEen vervanging van een melding, klachtprocedure of onafhankelijk onderzoek
Een route waarin leiding en team allebei iets toezeggenEen selectie-instrument of een manier om mensen te laten vertrekken
Een start, gevolgd door opvolging en metingEen garantie op herstel

Vertrouwelijkheid en ethiek

  • Vertrouwelijk. Interviews worden alleen geanonimiseerd en op patroonniveau teruggekoppeld.
  • Gescheiden rollen. Bij een onafhankelijk onderzoek kan de begeleider over de opzet adviseren, maar neemt hij niet deel aan het onderzoeksdossier.
  • Geen succes uit vertrek. Als iemand vertrekt of een melding intrekt, zien we dat niet als resultaat van de interventie.
  • Toestemming voor publicatie. Praktijktrajecten brengen we alleen geanonimiseerd en met toestemming naar buiten.

Hoe we meten

  • Psychologische veiligheid met de zevenvragenschaal van Edmondson (1999), bij de start en bij elke toets.
  • Durven melden: niet alleen of er minder problemen zijn, maar ook of mensen ze vaker durven te benoemen.
  • Naleving van de gedragscode met een anonieme toets per afspraak.
  • Teamsamenstelling, alleen in aantallen, om het effect van de interventie te scheiden van het effect van vertrek.

Over de wetenschappelijke status

De DGI is een praktijkmethode. De afzonderlijke bouwstenen steunen op onderzoek, maar de methode als geheel is niet in gecontroleerd onderzoek getoetst. De drie trajecten zijn praktijkervaringen, geen bewijs van effectiviteit. Daarom bouwen we de meting systematisch in, met het oog op een meervoudige casestudy.

Wat het van de directie vraagt

Herstel begint bij de leiding

  • Mandaat. U kondigt het traject zelf aan en maakt deelname vanzelfsprekend.
  • Zelf in de spiegel. Leidinggevenden worden geïnterviewd en doen wederkerige toezeggingen.
  • Een apart spoor voor meldingen, belegd bij HR, de vertrouwenspersoon of onafhankelijk onderzoek.
  • Besluiten uitleggen en kritiek niet afstraffen, ook na afloop.
  • Structuur op orde: rollen, mandaten en besluitroutes die de afspraken ondersteunen.
  • Tijd voor opvolging, met vaste toetsmomenten over zes tot twaalf maanden.
Praktisch
Doorlooptijd
In onze trajecten ongeveer één tot drie maanden van eerste interviews tot gedragscode, daarna opvolging gedurende zes tot twaalf maanden.
Tijd per deelnemer
Een interview van 45 tot 60 minuten, de spiegel- en keuzesessie (bij voorkeur twee opeenvolgende dagdelen of dagen) en de vervolgbijeenkomsten.
Taal
Nederlands of Engels; in andere talen met een tolk en vertaalde materialen.
Investering
Op maat. Na een kennismakingsgesprek ontvangt u een voorstel.
Begeleiding
William Bos MA, organisatiepsycholoog en ontwikkelaar van de DGI, waar passend samen met Jeroen Brouwer van Inner Compass Dynamics.
Plan een kennismaking

Past de DGI bij uw situatie?

In een vertrouwelijk gesprek van een uur verkennen we wat er speelt en wat een passende eerste stap kan zijn. Dat hoeft niet altijd de DGI te zijn.

Begeleider
William Bos MA · Out of Area B.V.
Adres
Geysselberg 41, 5856 BB Wellerlooi
Literatuur
  1. Baillien, E., Rodriguez-Muñoz, A., Van den Broeck, A., & De Witte, H. (2011). Do demands and resources affect target's and perpetrators' reports of workplace bullying? A two-wave cross-lagged study. Work & Stress, 25(2), 128–146. https://doi.org/10.1080/02678373.2011.591600
  2. Centola, D., Becker, J., Brackbill, D., & Baronchelli, A. (2018). Experimental evidence for tipping points in social convention. Science, 360(6393), 1116–1119. https://doi.org/10.1126/science.aas8827
  3. Colquitt, J. A. (2001). On the dimensionality of organizational justice: A construct validation of a measure. Journal of Applied Psychology, 86(3), 386–400. https://doi.org/10.1037/0021-9010.86.3.386
  4. Coutu, D. L. (2002). The anxiety of learning [Interview met E. H. Schein]. Harvard Business Review, 80(3), 100–106. https://hbr.org/2002/03/the-anxiety-of-learning
  5. Edmondson, A. (1999). Psychological safety and learning behavior in work teams. Administrative Science Quarterly, 44(2), 350–383. https://doi.org/10.2307/2666999
  6. Einarsen, S. V., Hoel, H., Zapf, D., & Cooper, C. L. (Eds.). (2020). Bullying and harassment in the workplace: Theory, research and practice (3rd ed.). CRC Press. https://doi.org/10.1201/9780429462528
  7. Felps, W., Mitchell, T. R., & Byington, E. (2006). How, when, and why bad apples spoil the barrel: Negative group members and dysfunctional groups. Research in Organizational Behavior, 27, 175–222. https://doi.org/10.1016/S0191-3085(06)27005-9
  8. Flanagan, J. C. (1954). The critical incident technique. Psychological Bulletin, 51(4), 327–358. https://doi.org/10.1037/h0061470
  9. Frazier, M. L., Fainshmidt, S., Klinger, R. L., Pezeshkan, A., & Vracheva, V. (2017). Psychological safety: A meta-analytic review and extension. Personnel Psychology, 70(1), 113–165. https://doi.org/10.1111/peps.12183
  10. Frost, P., & Robinson, S. (1999). The toxic handler: Organizational hero – and casualty. Harvard Business Review, 77(4), 96–106. https://hbr.org/1999/07/the-toxic-handler-organizational-hero-and-casualty
  11. Glasl, F. (1982). The process of conflict escalation and roles of third parties. In G. B. J. Bomers & R. B. Peterson (Eds.), Conflict management and industrial relations (pp. 119–140). Springer. https://doi.org/10.1007/978-94-017-1132-6_6
  12. Gollwitzer, P. M. (1999). Implementation intentions: Strong effects of simple plans. American Psychologist, 54(7), 493–503. https://doi.org/10.1037/0003-066X.54.7.493
  13. Hackman, J. R., & Wageman, R. (2005). A theory of team coaching. Academy of Management Review, 30(2), 269–287. https://doi.org/10.5465/amr.2005.16387885
  14. Kish-Gephart, J. J., Detert, J. R., Treviño, L. K., & Edmondson, A. C. (2009). Silenced by fear: The nature, sources, and consequences of fear at work. Research in Organizational Behavior, 29, 163–193. https://doi.org/10.1016/j.riob.2009.07.002
  15. Kotter, J. P. (1995). Leading change: Why transformation efforts fail. Harvard Business Review, 73(2), 59–67. https://hbr.org/1995/03/leading-change-why-transformation-efforts-fail-2
  16. Lau, D. C., & Murnighan, J. K. (1998). Demographic diversity and faultlines: The compositional dynamics of organizational groups. Academy of Management Review, 23(2), 325–340. https://doi.org/10.5465/amr.1998.533229
  17. Lewin, K. (1947). Frontiers in group dynamics. Human Relations, 1(1), 5–41. https://doi.org/10.1177/001872674700100103
  18. Lundahl, B. W., Kunz, C., Brownell, C., Tollefson, D., & Burke, B. L. (2010). A meta-analysis of motivational interviewing: Twenty-five years of empirical studies. Research on Social Work Practice, 20(2), 137–160. https://doi.org/10.1177/1049731509347850
  19. McClelland, D. C. (1998). Identifying competencies with behavioral-event interviews. Psychological Science, 9(5), 331–339. https://doi.org/10.1111/1467-9280.00065
  20. Menzies, I. E. P. (1960). A case-study in the functioning of social systems as a defence against anxiety. Human Relations, 13(2), 95–121. https://doi.org/10.1177/001872676001300201
  21. Morrison, E. W., & Milliken, F. J. (2000). Organizational silence: A barrier to change and development in a pluralistic world. Academy of Management Review, 25(4), 706–725. https://doi.org/10.5465/amr.2000.3707697
  22. Nielsen, M. B., & Einarsen, S. (2012). Outcomes of exposure to workplace bullying: A meta-analytic review. Work & Stress, 26(4), 309–332. https://doi.org/10.1080/02678373.2012.734709
  23. Obholzer, A., & Roberts, V. Z. (Eds.). (2019). The unconscious at work: A Tavistock approach to making sense of organizational life (2nd ed.). Routledge. https://doi.org/10.4324/9781351104166
  24. Rousseau, D. M. (1989). Psychological and implied contracts in organizations. Employee Responsibilities and Rights Journal, 2(2), 121–139. https://doi.org/10.1007/BF01384942
  25. Wageman, R. (2001). How leaders foster self-managing team effectiveness: Design choices versus hands-on coaching. Organization Science, 12(5), 559–577. https://doi.org/10.1287/orsc.12.5.559.10094
  26. Williams, K. D. (2007). Ostracism. Annual Review of Psychology, 58, 425–452. https://doi.org/10.1146/annurev.psych.58.110405.085641
  27. Xie, J., Sreenivasan, S., Korniss, G., Zhang, W., Lim, C., & Szymanski, B. K. (2011). Social consensus through the influence of committed minorities. Physical Review E, 84(1), 011130. https://doi.org/10.1103/PhysRevE.84.011130
  28. Zhao, H., Wayne, S. J., Glibkowski, B. C., & Bravo, J. (2007). The impact of psychological contract breach on work-related outcomes: A meta-analysis. Personnel Psychology, 60(3), 647–680. https://doi.org/10.1111/j.1744-6570.2007.00087.x